Vanuit Cabanaconde vertrekken we vroeg met de bus. Om 06.00 uur verlaten we het dorpje en beginnen onze rit naar Puno. Om in Puno te komen moeten we vandaag 3 busritten maken en dus 2 keer overstappen. Eerst rijden we naar Chivay terug, een ritje van ruim 2 uur, en vervolgens via Chivay naar Arequipa (een rit van bijna 4 uur), waar we een bus zullen nemen naar Puno. We hebben er vandaag voor gekozen om met lokale bussen te reizen en niet met de toeristenbus te gaan. Dat was namelijk ook een optie, maar dat zou ons zeker 2 keer zoveel geld kosten en minder avontuurlijk zijn (wel 3 uur sneller). We kiezen dus voor de lokale optie en merken meteen waaraan we zijn begonnen wanneer we onze backpack in het laadruim van de bus willen leggen. Onderin de bus staat een schaap dat vandaag mee zal gaan naar Arequipa! Best grappig om te zien in eerste instantie, maar als je er langer over nadenkt ook behoorlijk zielig; Het arme dier zal bijna 4 uur lang in het donker in een slingerende bus zitten, niet wetende wat hem overkomt.

Op onze busreis naar Arequipa stijgen en dalen we vele honderden meters. Ik ben erg verkouden (sinds 3 dagen) en merk dat het alles behalve fijn is om dan naar grote hoogte te gaan in korte tijd. Er onstaat een grote druk op mijn oren en ik hoor nog maar de helft van wat ik normaal hoor. Daarnaast doet het behoorlijk pijn omdat ik de druk in mijn oren niet gelijk kan krijgen met die van de omgeving, de boel zit simpelweg verstopt. Helaas helpen de mintsnoepjes die ik heb niet veel. Op de weg naar Arequipa komen we langs een hoge bergpas waar vele steenmannetjes staan, gemaakt door de vele mensen die hier langs zijn gekomen. Omdat we vroeg zijn en de bus moet afkoelen na de zware klim, mogen we van het busmannetje even uitstappen en een paar foto’s maken. We staan dan op een hoogte van 4910 meter boven zeeniveau, het hoogste punt waar ik ooit ben geweest (bij deze is mijn vorige record op de Kijanjin Ri in Nepal met 4773 meter dus verbroken). We maken een aantal foto’s en genieten van het moment en het uitzicht. Het is natuurlijk minder avontuurlijk om op deze manier zo’n hoogte te bereiken, en niet op eigen kracht, maar toch is het leuk om een keer zo hoog te zijn geweest. Maar helaas ben ik nog steeds niet hoger geweest dan de magische 5000 meter grens waar ik maar niet overheen lijk te kunnen komen. Ik probeer nog een paar keer hoog te springen maar dat mag niet baten. We vervolgen onze weg richting Arequipa en onderweg zien we nog vele mooie bergen, waaronder vulkaan Misti.

We lunchen op het busstation in Arequipa en nemen een bus naar Puno rond 14.00 uur. We hebben de stad Arequipa dus (bewust) niet bezocht op onze reis, vooral omdat we geen zin hadden om veel moeite te doen om het centrum te vinden en we na Cusco wel genoeg stad gezien hebben. Arequipa bewaren we dus maar voor een volgende trip naar Peru. De busrit naar Puno begint luxe en comfortabel, maar eindigt minder fijn. De zes uur durende rit verandert in een acht uur durende rit wanneer de band van de bus het één uur vóór Puno het begeeft. We stoppen bij een reparatiewinkeltje en moeten wachten terwijl jonge mannen het wiel van de bus onder handen nemen. Dat gaat met pickhouweel, olie en ander handig gereedschap, waarmee ze vrij snel het enorme wiel van de velg afwrikken. Best knap dat die knaapjes dat zo snel kunnen, ik heb er bewondering voor. De busrit wordt ook minder comfortabel naarmate we Puno naderen doordat de ventilatie in de bus om onverklaarbare rede uitgaat en de ramen van de bus beslaan. Het wordt een zeer warme en zuurstofloze koker waar we in zitten waar blijkbaar alleen Jeroen en ik zich aan ergeren, want de rest doet alsof er niks aan de hand is. Daar zijn de bewoners van Peru (en Ecuador) overigens erg goed in ben ik nu wel achter, dingen accepteren zoals ze zijn en verder niet te veel vragen stellen. Een bijzondere cultuureigenschap die ik niet echt deel. Ik kan gelukkig mijn busraampje openen, hoewel de vrouw achter me dan weer begint te klagen dat het te hard waait. Het lijkt dus niet op één van de comfortabele busritten die ik eerder in Peru heb gehad, maar we komen uiteindelijk goed aan in Puno en dus is het primaire doel bereikt. In Puno nemen we een taxi naar het centrale plein en lopen de toeristische hoofdstraat in. Daar vinden we een prijzig hotel dat we in onze reisgids hebben zien staan en we kunnen het niet laten om binnen even te vragen wat een kamer per nacht kost. De prijzen zijn hoog, de goedkoopste kamer is 40 sol per nacht, maar wanneer we weg willen lopen vraagt de receptionist om een tegenbod. Even later zitten we voor 30 sol per nacht in een privékamer aan de hoofdstraat, geen slechte deal dus. Ook hier loont het weer om af te dingen, maar dat kan ook aan het seizoen liggen waarin we zitten (waarschijnlijk laagseizoen, we zien erg weinig toeristen).

Comments are closed.

Post Navigation